De Nederlandse sportvereniging
stand van zaken

1. Aantal sportverenigingen

Nederland telt 21.300 georganiseerde sportverenigingen, aangesloten bij de 76 sportbonden van NOC*NSF. 

  • 21.300 sportverenigingen met 5,4 miljoen lidmaatschappen
  • 76 sportbonden met 4,4 miljoen unieke sportbondleden

Onderverdeeld naar omvang sportvereniging: 

  • Groot = >750 leden = 16% = 3.300 sportverenigingen
  • Middel = 250–750 leden = 40% = 8.600 sportverenigingen
  • Klein = <250 leden = 44% = 9.400 sportverenigingen

Ongeveer 16% van de sportverenigingen behoort tot de grotere verenigingen. Ongeveer 84% is klein of middelgroot en met minder dan 750 leden.

2. Aantal vitale clubs

Een sportvereniging is 'vitaal' als ze voldoende scoort op 'organisatiekracht' en 'maatschappelijke oriëntatie'. 

  • Vitaal = 24% = 5.100 sportverenigingen
  • Ontwikkelpunten = 46% = 9.800 sportverenigingen
  • Kwetsbaar = 30% = 6.400 sportverenigingen

Ongeveer één op de vier sportverenigingen (24%) wordt als 'vitaal' aangemerkt. Een grote middengroep (46%) heeft het redelijk op orde, maar kent een of meer ontwikkelpunten. Drie op de tien (30%) sportverenigingen wordt als kwetsbaar gezien. Dit percentage is de afgelopen jaren flink gestegen: in 2018 werd nog 21% van de clubs als kwetsbaar gezien.

De vitale sportvereniging volgens NOC*NSF:

Een vitale sportvereniging bestaat uit een sterk fundament (bestuur, leden en vrijwilligers, sportkader, accommodatie, financiën en sociale veiligheid) dat doelgericht wordt ingezet om waarden te realiseren die de vereniging betekenisvol maken voor leden, namelijk een passend sportaanbod, onderlinge verbinding en clubgevoel.

3. Grootste sporten

De 10 grootste sporten hebben samen ongeveer 9.600 sportverenigingen. Dat is 45% van alle 21.300 Nederlandse sportverenigingen. 

Sport = Aantal sportverenigingen = Aantal bondsleden:

  1. Voetbal = 2.950 = 1.262.000
  2. Tennis/Padel = 1.580 = 679.000
  3. Sportvissen = 700 = 610.000
  4. Golf = 275 = 454.000
  5. Hockey = 318 = 246.000
  6. Gymnastiek = 1.050 = 233.000
  7. Atletiek = 290 = 122.000
  8. Zwemmen = 430 = 113.000
  9. Volleybal = 975 = 108.000
  10. Paardensport = 1.000 = 98.000

Deze tien sporten zijn goed voor meer dan 80% van alle sportbondleden in Nederland. In deze lijst ontbreken o.a. handbal, wielrennen, schaatsen, rugby, basketbal, waterpolo, honk- en softbal, korfbal, schaken en badminton. 

4. Verschillende type sporters

Onderzoeksbureau Mulier Instituut ziet 4 archetypes van sporters die lid zijn van een sportvereniging:

  1. Gezelligheidssporter: sport voor zijn plezier en de sociale contacten.
  2. Prestatiegerichte sporter: sport omdat het leuk is, maar ook en vooral om daarin persoonlijk te (top)presteren.
  3. Zekerheidssporter: zoekt vastigheid en sport graag volgens een bekende structuur.
  4. Flexibele sporter: sport het liefst wanneer het hem of haar uitkomt. 

Deze vier types sporters vragen voor een optimaal resultaat een verschillend aanbod met een andere benadering. Dit geldt ook voor de verschillende soorten vrijwilligers die er zijn. Een toekomstbestendige sportvereniging speelt optimaal in op de drijfveren en wensen van (potentiële) leden en vrijwilligers.

5. Ontwikkelingen

Als je kijkt naar onderzoeken van Mulier Instituut, NOC*NSF, VWS, SCP en de Nederlandse Sportraad, dan komen steeds dezelfde maatschappelijke ontwikkelingen terug. Deze raken vrijwel alle amateursportverenigingen, ongeacht de sport.

  1. Individualisering en veranderend vrijwilligerswerk.
  2. Demografische ontwikkelingen (vergrijzing, multicultureel).
  3. Toenemende concurrentie in vrijetijdsbesteding.
  4. Toenemende druk op bestuurders, vrijwilligers en club.
  5. Financiële druk met stijgende kosten.

Daarnaast spelen ook deze ontwikkelingen een grote rol:

  • Ongeveer 12% tot 20% van alle sportverenigingen kampt met een wachtlijst of ledenstop. In sterk stedelijke gebieden is dit ruim één op de vijf.
  • Ongeveer 16% van alle voetbalverenigingen kampt met ruimtegebrek en een dreigend tekort aan velden. 
  • De focus van de overheid verschuift uit kostenoverwegingen naar de laagdrempelige openbare ruimte om inactieve burgers in beweging te krijgen, ten koste van noodzakelijke investeringen in sportverenigingen en sportaccommodaties.

6. Inkomsten & Uitgaven

Inkomsten en uitgaven hangen sterk af van de grootte van de vereniging en of het een binnen- of buitensportvereniging is.

De belangrijkste inkomsten/opbrengsten:

  1. Contributies
  2. Kantine/horeca
  3. Sponsoring/fondsen
  4. Subsidies/overig

De belangrijkste uitgaven/kosten:

  1. Accommodatie
  2. Sporttechnische zaken
  3. Personeel/professionals
  4. Horeca & Inkoop
  5. Organisatie & ICT
  6. Wedstrijd- en evenementkosten
  7. Afschrijving/reservering/investering

Voor de komende jaren worden grote kostenstijgingen voorzien op het gebied van accommodatie (vernieuwing,  duurzaamheid), personeel (professionals, salarissen), sportkader en vrijwilligers (vergoedingen) en inkoop van  artikelen, materialen en kleding (prijsstijgingen).

7. Uitdagingen

Op basis van onderzoeken van de RVVB, Mulier Instituut, NOC*NSF en de ervaringen uit het verenigingsleven zijn de zes grootste uitdagingen voor sportbestuurders:

  1. Vrijwilligers vinden, binden en waarderen.
  2. Jeugdleden behouden en ouders betrekken.   
  3. Bestuurskracht en continuïteit verbeteren.
  4. Financieel toekomstbestendig worden.
  5. Relevant blijven voor leden en omgeving.
  6. Professionaliseren zonder de kracht van vrijwilligers te verliezen.

8. Vraagstukken

Sportverenigingen hebben te maken met meerdere lastige vraagstukken en zoeken naar oplossingen. 

Denk aan vraagstukken op het gebied van:

  • Accommodatie: onderhoud, duurzaamheid, nieuwbouw.
  • Professionalisering: functies, vergoedingen, ondersteuning.
  • Sportkader: kwaliteitseisen, continuïteit, trainerssalarissen.
  • Administratie/regelgeving: veiligheid, privacy, digitalisering.
  • Horeca: personeel, vergunningen, consumptiegedrag.
  • HRM: werkgevers-, personeels- en vrijwilligersbeleid.
  • Financiën: inkomsten, sponsoring, subsidies.

Denk bij oplossingen aan:

  • Inzet professionals (betaalde krachten).
  • Samenwerken met bedrijven/sponsors. 
  • Samenwerken met maatschappelijke partners.
  • Samenwerken met andere sportverenigingen.
  • Samenwerken met professionele sportaanbieders.
  • Fuseren met andere (sport)vereniging.

9. Toekomstbestendig

Volgens het RIVM voldoet een toekomstbestendige sportvereniging aan de volgende voorwaarden:

  • Is toegankelijk voor iedereen.
  • Is professioneel en breed georganiseerd.
  • Behoudt haar leden en trekt nieuwe leden aan.
  • Is vraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd.
  • Werkt samen met organisaties in de buurt zoals fysiotherapeuten, scholen en lokale ondernemers.

Onze definitie van De Toekomstbestendige Club:

Een toekomstbestendige club is klaar voor de uitdagingen van de 21e eeuw. De sportvereniging speelt snel en goed in op veranderende omstandigheden en uitdagingen, nu én in de toekomst. De toekomstbestendige club is een sportvereniging van, voor én door leden. Met oog voor sportieve, sociale en maatschappelijke waarde.

10. Maatschappelijke impact

De maatschappelijke impact van sportverenigingen op de Nederlandse samenleving is enorm. 

  • 4 miljoen Nederlanders sporten wekelijks bij een sportvereniging (NOC*NSF, ZonMW).
  • € 2,76 maatschappelijke opbrengst per geïnvesteerde euro in sport en bewegen (SROI sport en bewegen).
  • € 546.000 maatschappelijke waarde per sportvereniging per jaar (RVVB Impactonderzoek).
  • 14,1 miljard maatschappelijke waarde van alle Nederlandse sportverenigingen per jaar (RVVB Impactonderzoek). 
  • Sportverenigingen zijn cruciaal voor gezondheid, participatie, vrijwilligerswerk en sociale cohesie (Mulier Instituut).

Sportverenigingen zijn ook een belangrijke voedingsbodem voor talentontwikkeling en daarmee een belangrijke voorwaarde voor sterke topsport in Nederland. Die sterke topsport kan op zijn beurt zorgen voor extra maatschappelijke en economische impact.

Conclusie: investeren in sport en sportverenigingen loont!

11. Strategie

In het Nederlandse verenigingslandschap lijkt zich geleidelijk een schaalvergroting af te tekenen. Het totale aantal sportverenigingen neemt af, terwijl een deel van de grotere verenigingen juist groeit.

Vooral kleinere en kwetsbare verenigingen hebben moeite om voldoende leden, vrijwilligers en bestuurskracht te behouden. In combinatie met stijgende kosten, beperkte financiële ruimte en verouderde of niet-passende accommodaties kan dit leiden tot een neerwaartse spiraal. 

Aan de andere kant staat een groeiende groep grotere verenigingen. Zij profiteren vaak van een groter verzorgingsgebied, de groei van het aantal gezinnen in hun omgeving of de fusie van kleinere verenigingen. Hun belangrijkste uitdaging is juist om de groei goed te organiseren. Meer leden betekent meer teams, meer trainingen, meer kader, meer administratie, meer communicatie en een grotere bestuurlijke complexiteit. Tegelijkertijd blijft ook bij deze verenigingen het vinden en behouden van vrijwilligers een belangrijk probleem en levert gebrek aan voldoende accommodatie steeds vaker problemen op. 

De opgave en strategie om meer toekomstbestendig te worden is voor beide groepen verenigingen - de kleinere en grotere - anders, maar de noodzaak om te veranderen is hetzelfde. 

Voor kleinere verenigingen ligt de oplossing vaak in samenwerken, vernieuwen, nieuwe doelgroepen vinden, de organisatie slimmer inrichten of schaalvergroting zoeken. Voor grotere verenigingen ligt de uitdaging vooral in professionaliseren, de groei beheersbaar organiseren, vrijwilligers anders organiseren en investeren in accommodatie en organisatiekracht.

In beide situaties beschikt een toekomstbestendige sportvereniging over een aantrekkelijk (doelgroepgericht) sportaanbod dat aansluit bij de uiteenlopende behoeften van (potentiële) leden. Niet iedereen wil immers op dezelfde manier, op hetzelfde niveau, met dezelfde intensiteit en met dezelfde mate van verplichting sporten.

12. Concurrentie

In 2025 was 1 op de 4 (24,7%) Nederlanders van 4 jaar en ouder lid van een sportvereniging. Dat percentage is sinds 2016 min of meer stabiel.

Wekelijks sporten 10,5 miljoen mensen waarvan:

  • 4 miljoen sporters in verenigingsverband = 40%
  • 4,1 miljoen sporters bij commerciële sportaanbieders = 41%
  • 3,4 miljoen sporters in ongeorganiseerd verband = 34%

Er is overlap tussen de verschillende groepen vandaar dat het totaalpercentage boven de honderd procent uitkomt. Iemand kan bijvoorbeeld voetballen bij een vereniging én daarnaast  ook fitnessen met een abonnement of fietsen in het bos.

De verwachting is niet dat het aantal sporters sterk afneemt, wel dat de concurrentie om de sporter toeneemt. De manier waarop mensen willen en kunnen sporten verandert namelijk. Mensen zoeken steeds vaker naar vormen van sport die passen bij hun beschikbare tijd, levensfase, ambities en persoonlijke behoeften. Commerciële en ongeorganiseerde sportvormen spelen daar vaak flexibel op in; beiden groeien hard.

Voor de sportvereniging betekent dit een belangrijke uitdaging. Zonder aanpassing van het aanbod kan het aandeel van de sporters dat voor een vereniging kiest op langere termijn licht afnemen. Factoren als individualisering, vergrijzing, uitval van jongeren in de leeftijd van 13–18 jaar en de groei van ander en flexibeler sportaanbod spelen daarbij een rol.

Tegelijkertijd hoeft het absolute aantal verenigingssporters niet noodzakelijk af te nemen. De Nederlandse bevolking groeit en NOC*NSF en andere partijen zetten zich actief in om meer mensen aan het sporten te krijgen en te houden. Ook met  nieuwe vormen van verenigingssport zoals peutersport, walking sports, schoolsport en nieuwe 3x3-, 4x4- en 7x7-spelvormen.

De toekomst van de sportvereniging wordt niet zozeer bepaald door de vraag óf mensen willen sporten, maar door de vraag waarom zij dat bij een vereniging zouden willen doen.

13. Drijfveren sporters

De vijf belangrijkste drijfveren van mensen om te sporten in verenigingsverband zijn volgens diverse onderzoeken:

  • Sociale verbondenheid & ergens bij horen.
  • Plezier & samen beleven.
  • Sportieve ontwikkeling & uitdaging.
  • Structuur, regelmaat & sociale motivatie.
  • Meedoen, bijdragen & betekenis.

Een sporter kan zelf uitstekend hardlopen, fitnessen of fietsen. Maar daarmee krijg je niet automatisch een team, vrienden, een vaste groep, gezamenlijke ervaringen, een clubidentiteit en het gevoel ergens bij te horen. De vereniging biedt daarmee iets  unieks wat een commerciële aanbieder of ongeorganiseerde sport veel moeilijker kan bieden.

De kracht van een sportvereniging is ook de combinatie van deze vijf punten. Een vereniging hoeft dus niet te proberen om een sportschool of een flexibele commerciële aanbieder te imiteren. Zij moet vooral haar eigen onderscheidende kracht en het clubgevoel versterken en tegelijkertijd de traditionele nadelen van het verenigingsmodel waar mogelijk verminderen.

De uitdaging voor de toekomstbestendige sportvereniging is om haar onderscheidende kracht te behouden én haar sportaanbod voortdurend aan te laten sluiten bij de veranderende behoeften van bestaande en potentiële leden.

14. Stopmotieven sporters

Sporters stoppen bij een sportvereniging vanwege externe en interne stopfactoren.

  • Externe stopfactoren: onvoldoende tijd, werk, studie, gezin, verhuizing, gezondheid, blessure, andere interesses of (flexibelere) sport. De levensfase speelt hier een grote rol. 
  • Interne stopfactoren: te weinig plezier, verkeerd team, onvoldoende sociale binding, onvoldoende kwaliteit van training of begeleiding, slechte sfeer, onvoldoende ontwikkeling, problemen binnen de vereniging, slechte organisatie of communicatie, te hoge kosten/contributie.

Gebrek aan plezier is voor bijna de helft van de gestopte voetballers (49,4%) de belangrijkste reden om te stoppen. Daarbinnen worden als oorzaken genoemd:

  • Teamplezier (36,7%)
  • Voetbal zelf (30>%)
  • Trainer/coach (25>%)
  • Zaken binnen de vereniging (23%)
  • Onsportieve sfeer (20%)
  • Overige redenen (39,1%)

Externe stopfactoren kun je als vereniging maar beperkt beïnvloeden. Interne stopfactoren als team, trainer, begeleiding, plezier, sportiviteit, sociale binding en kwaliteit van de organisatie zijn voor een groot deel wel door de vereniging te beïnvloeden.

Een toekomstbestendige club heeft het clubgevoel, de clubbinding en de organisatie op orde. Wie wil er niet lid worden én blijven van een goed georganiseerde sportvereniging waar je met veel plezier kunt sporten en vrienden maakt voor het leven?

15. Drijfveren vrijwilligers

Zonder vrijwilligers kan een sportvereniging niet bestaan. Wat zijn volgens kennisinstituut Movisie de belangrijkste drijfveren van mensen om vrijwilligerswerk te doen en wat zijn daarbij de belangrijkste obstakels?

Drijfveren om vrijwilligerswerk te doen:

  • Betekenis: ik wil iets betekenen of terugdoen voor anderen, voor mijn club of de samenleving.
  • Verbinding: ik wil mensen ontmoeten, ergens bij horen en samen iets doen.
  • Plezier: ik vind het leuk, gezellig en krijg er energie van.
  • Ontwikkeling: ik wil leren, ervaring opdoen of mezelf ontplooien.
  • Verantwoordelijkheid: ik wil ook iets doen voor de club waar ik of mijn kinderen lid zijn.

Wat zijn belangrijke (potentiële) obstakels voor vrijwilligers:

  • Tijd: past het in mijn leven?
  • Vaardigheden: kan ik deze taak aan?
  • Duidelijkheid: weet ik wat er van mij verwacht wordt?
  • Ondersteuning: krijg ik hulp, begeleiding en waardering?
  • Benadering: ben ik persoonlijk gevraagd en voel ik mij welkom?

Mensen verbinden zich duurzaam aan een sportvereniging wanneer zij er plezier, betekenis, verbinding, ontwikkeling en waardering ervaren én wanneer de vereniging het hen mogelijk maakt om mee te doen. Veel potentiële vrijwilligers hoeven niet overtuigd te worden van het nut van vrijwilligerswerk; ze moeten vooral persoonlijk worden gevraagd, een passende taak krijgen, ervaren dat ze welkom zijn en dat hun inzet wordt gewaardeerd.

Een toekomstbestendige club onderkent het belang van goed vrijwilligersbeleid. Het speelt in op de drijfveren van vrijwilligers en vermindert zoveel mogelijk obstakels.

16. Hybride sportvereniging

Sportverenigingen krijgen vaker het karakter van een 'hybride sportvereniging'. De vele vrijwilligers worden daarbij gericht ondersteund door enkele professionals (betaalde krachten) met salaris en arbeidscontract.

Denk aan professionals (betaalde krachten) als:

  • Verenigingsmanager / Sportparkmanager
  • Horecamanager / Clubhuisbeheerder
  • Technisch manager  / Hoofd jeugdopleiding
  • Financieel / Administratief medewerker

De belangrijkste redenen voor inzet professionals zijn:

  • Tijd (beschikbaarheid)
  • Kwaliteit (deskundigheid)
  • Continuïteit (aanwezigheid)
  • Ondersteuning vrijwilligers (werving en behoud)

Clubs betalen de extra personeelskosten door verhoging van de contributie-, kantine- en sponsorinkomsten. Soms ook door een (tijdelijke) subsidie vanuit de sportbond of gemeente.

Een toekomstbestendige club krijgt steeds meer het karakter van een hybride sportvereniging waarbij traditionele verenigingswaarden gecombineerd worden met een meer ondernemende en zakelijke aanpak. 

17. Bestuurlijke opgave

De bestuurlijke opgave is groot. Clubs hebben behoefte aan ondersteuning bij:

  • Strategie en beleid voor de lange termijn: visie ontwikkelen, keuzes maken, toekomstbestendige koers uitstippelen.
  • Praktische en operationele zaken voor de korte termijn: vinden van vrijwilligers, bestuurders, inkomsten en allerhande hulp om zaken uit te voeren.  

Het gaat dus om concrete oplossingen voor vandaag en structurele oplossingen voor morgen.

Sportbestuurders hebben vooral behoefte aan praktische ondersteuning. Denk aan formats, checklists, voorbeelden, stappenplannen, uitleg en advies waar zij direct mee verder kunnen. 'Bestuurders zoeken geen dikke rapporten, maar concrete oplossingen, hulpmiddelen en menskracht waarmee ze direct aan de slag kunnen', aldus het RVVB-onderzoek. 

Bestuurders zijn dagelijks bezig met het oplossen van tal van  praktische problemen. Daarmee ontstaat het risico dat verenigingen alleen maar bezig zijn met de waan van de dag en te weinig met de dag van morgen. 

Want hoe groot moet bijvoorbeeld jouw vereniging structureel zijn om haar sportaanbod, organisatie, accommodatie, leden , vrijwilligers en eventuele betaalde professionals gezond te kunnen organiseren? Hoe krijg je dat voor elkaar?

En is de vereniging in staat om haar gewenste omvang en kwaliteit structureel te behouden, ondanks veranderingen in de samenleving, de sportbehoefte en de concurrentie van andere sportaanbieders.

Vandaar De Toekomstbestendige Club. De kunst daarbij is om niet zozeer te kiezen tussen lange en korte termijn, maar de dagelijkse problemen van nu te verbinden aan de structurele (toekomstbestendige) oplossingen voor morgen.

18. Sportbestuurders - 1

Bestuurders van sportverenigingen wacht een belangrijke opgave: het toekomstbestendig maken van de eigen sportvereniging. Daarvoor is ‘goed besturen’ alleen niet voldoende. Het draait ook om de veranderkracht van het bestuur als geheel.

Drie niveaus van goed besturen:

  • Bestuurslid – functie: voer ik mijn bestuursfunctie goed uit?
  • Bestuur – effectiviteit: houden wij de vereniging goed draaiende?
  • Bestuur – toekomst: kunnen wij de vereniging gericht toekomstbestendiger maken?

Vijf factoren van veranderkracht:

  • Richting geven: een aansprekende visie en toekomst formuleren en uitdragen.
  • Prioriteren: doelen stellen, keuzes maken en niet alles tegelijk willen.
  • Mobiliseren: mensen enthousiasmeren, benaderen, meekrijgen en inzetten.
  • Verbinden: bestuur, middenkader, vrijwilligers, leden en omgeving met elkaar verbinden.
  • Realiseren: plannen daadwerkelijk (laten) uitvoeren en successen vieren.

Het bestuur moet als één geheel over deze bestuurs- en veranderkwaliteiten beschikken; als aanjager, kartrekker, motivator en inspirator.

Hierbij speelt de Code Goed Sportbestuur een belangrijke rol. Van alle sportorganisaties in Nederland wordt verwacht dat zij aan deze code voldoen. De Code Goed Sportbestuur legt de nadruk op maatschappelijke relevantie, diversiteit en bestuurlijke- en organisatorische kwaliteit. Gebaseerd op vier principes: verantwoordelijkheid, democratie, maatschappij en transparantie.

19. Sportbestuurders - 2

Sportbestuurders willen zich volgens de Clubkadermonitor 2025 ontwikkelen in:

  • Ledenbinding
  • Goed besturen
  • Visie en strategie
  • Persoonlijke competenties
  • Versterken organisatiekracht
  • Veilige en gezonde sportomgeving
  • Vrijwilligersmanagement en goed werkgeverschap

Sportbestuurders willen graag hulp bij vraagstukken zoals:

  • Hoe maken we een toekomstplan?
  • Hoe krijgen we meer vrijwilligers?
  • Hoe organiseren we het bestuur?
  • Hoe pakken we ledenbinding aan?
  • Hoe financieren we onze ambities?
  • Hoe maken we een goede organisatiestructuur?

Het bestuurderspotentieel is groot. 8% van de Nederlandse volwassenen die nog geen sportbestuurder zijn, zou in de toekomst wel een bestuursfunctie willen vervullen. Volgens onderzoek van Mulier Instituut komt dat neer op ongeveer 950.000 potentiële bestuursleden. Verenigingen weten deze potentiële bestuurders nog onvoldoende te vinden en te verleiden om mee te doen. 

Bijna 9 van de 10 clubbestuurders doen hun bestuurswerk met (veel) plezier. De meesten verwachten dit voorlopig te blijven doen. Clubbestuurders waarderen vooral de vrijheid in hun taken en zijn het minst tevreden over de waardering die zij krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van NOC*NSF onder 373 clubbestuurders. Ook opvallend: 8 van de 10 clubbestuurders voelen zich (zeer) bekwaam. Bekwame bestuurders zijn belangrijk, maar bekwaam besturen alleen maakt een vereniging nog niet toekomstbestendig. Daarvoor is ook veranderkracht nodig.

Huishoudboekje van de sportvereniging

Wil je snel aan de slag met jouw eigen club? Kijk dan bij Praktijkcase of de Toekomstversneller.

De Toekomstbestendige Club is klaar voor de uitdagingen van de 21e eeuw.
De sportvereniging speelt snel en goed in op veranderende omstandigheden en uitdagingen, nu én in de toekomst.
De toekomstbestendige club is een sportvereniging van, voor én door leden. Met oog voor sportieve, sociale en maatschappelijke waarde.