Interview met Sjors van Leeuwen
over De Toekomstbestendige Club

Van voetbalclub naar toekomstbestendige club

ARNHEM – Een sportvereniging draaiende houden is al lang niet meer alleen een kwestie van een bal, een veld en een paar enthousiaste vrijwilligers. Besturen hebben te maken met veranderende wensen van leden, stijgende kosten, een tekort aan vrijwilligers, ingewikkelde regelgeving en een steeds grotere maatschappelijke rol. Tegelijkertijd moeten ze ook nog nadenken over de toekomst.

Precies daar ligt de drijfveer van de Arnhemmer Sjors van Leeuwen. Met De Toekomstbestendige Club heeft hij een website, visie en praktische aanpak ontwikkeld waarmee hij sportverenigingen wil helpen om sterker, georganiseerder en toekomstgerichter te worden. Niet vanuit de gedachte dat iedere vereniging hetzelfde moet doen. Integendeel. „Er bestaat geen blauwdruk voor een goede sportvereniging”, zegt Van Leeuwen. „Iedere club heeft zijn eigen geschiedenis, cultuur en uitdagingen. Maar je hoeft ook niet iedere keer zelf het wiel uit te vinden. Er zijn duizenden verenigingen die met dezelfde problemen worstelen. Daar kunnen ze veel meer van elkaar leren.”

Van de Markt naar Cranevelt

Dat Van Leeuwen juist met sportverenigingen aan de slag gaat, is niet zo vreemd. Voetbal loopt als een rode draad door zijn leven. Hij werd geboren op de Arnhemse Markt, in een gezin met negen kinderen. Zijn vader, geboren Klarendaller, was een echte Arnhemse Boys-man. Toch gingen vijf jongens uit het gezin via de katholieke St. Eusebiusschool aan de hand van de fraters voetballen bij VDZ, de voetbalclub die op Sportpark Cranevelt de concurrentie aanging met Arnhemse Boys.

Inmiddels woont Van Leeuwen al dertig jaar op Cranevelt-Alteveer, op steenworp afstand van VDZ. Hij is 57 jaar lid van de club. Hij doorliep er de jeugd, speelde in het eerste elftal, was bestuurslid en is tegenwoordig actief in de communicatiecommissie. Daarnaast is hij managementadviseur. Zijn professionele ervaring ligt onder meer in projecten, management en organisatie. Zo was hij 25 jaar geleden vanuit de KNVB verantwoordelijk voor de invoering van de Persoonsgebonden ClubCard in het betaald voetbal in Nederland.

Sportvereniging en managementadvies komen in De Toekomstbestendige Club bij elkaar. Van Leeuwen benadrukt daarbij dat hij zijn verhaal op persoonlijke titel vertelt. „Het is mijn visie en mijn ervaring. Ik doe dit niet vanuit of namens VDZ.”

22.000 verenigingen, dezelfde problemen

Nederland telt ongeveer 22.000 sportverenigingen, waaronder circa 2.900 voetbalverenigingen. Een deel daarvan staat er sterk voor. Volgens de cijfers die Van Leeuwen aanhaalt is ongeveer één op de vier sportverenigingen vitaal: organisatorisch sterk en maatschappelijk georiënteerd, een zogenoemde open club. Maar daar staat een grote groep tegenover die minder stevig staat. Ongeveer 45 procent doet het redelijk, terwijl ruim drie op de tien verenigingen zich in een kwetsbare positie bevinden. „En dan geldt eigenlijk: stilstand is achteruitgang”, zegt Van Leeuwen. „De wereld verandert. De vereniging verandert mee, of je krijgt steeds meer problemen.”

Hij ziet in de praktijk hoe lastig dat kan zijn. Veel besturen zijn vooral bezig met de dagelijkse werkelijkheid. De begroting moet rond, vrijwilligers moeten worden gevonden, activiteiten moeten worden georganiseerd, leden hebben vragen en ondertussen stijgen de kosten.„Veel verenigingen zijn vooral bezig hun hoofd boven water te houden. Ze hebben te weinig bestuursleden, te weinig vrijwilligers, stijgende kosten en soms morrende leden. Dan is het heel moeilijk om ook nog eens drie of vijf jaar vooruit te kijken.”

Toch is dat volgens hem juist noodzakelijk. Niet reageren, maar anticiperen. De kern van zijn aanpak is eenvoudig: weet waar je naartoe wilt en werk daar planmatig aan. „Als je voortdurend met een toekomstplan werkt, met duidelijke speerpunten, doelen en acties, kun je anticiperen in plaats van alleen maar reageren. Je zet stappen vooruit.” Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar volgens Van Leeuwen gebeurt het in de verenigingswereld nog relatief weinig. Een toekomstplan wordt al snel gezien als iets voor later, terwijl de dagelijkse problemen voorrang krijgen.

Hij ziet het anders. Een goed toekomstplan kan juist helpen om het dagelijkse werk beter te organiseren. „Je weet waarvoor je het doet en wat je samen wilt bereiken. Dat geeft richting en enthousiasme. Het verenigingsleven wordt er ook leuker van.” Bovendien maakt een duidelijke koers een vereniging aantrekkelijker, stelt hij. Niet alleen voor leden, maar ook voor vrijwilligers en sponsors. „Als je club goed georganiseerd is en je hebt een goed verhaal, dan is dat aantrekkelijk. Mensen willen graag ergens bij horen waar ze trots op kunnen zijn.”

Het voorbeeld van VDZ

Van Leeuwen hoeft niet ver te zoeken naar een voorbeeld. Bij VDZ zag hij de afgelopen decennia hoe een vereniging zich stap voor stap kan ontwikkelen. Rond 1990 was VDZ een traditionele voetbalvereniging met 395 leden, onder wie ongeveer 60 jeugdleden. Inmiddels is de club uitgegroeid tot een hybride open sportvereniging met ruim 1.600 leden, waarvan circa 900 jeugdleden. „Dat is niet allemaal toevallig gebeurd”, zegt hij. „Daar zit een gedachte achter. Die zie je misschien niet altijd als je alleen naar de buitenkant kijkt.” Een belangrijk voorbeeld is het Speerpuntenplan ‘VDZ op weg naar 2026’, dat de vereniging in 2019 opstelde. Het plan bevatte tien speerpunten, met prioriteiten en acties.

„Dat plan heeft zeven jaar als gezamenlijk kompas gefungeerd. Het gaf richting en enthousiasme. Nu het 2026 is, wordt alweer nagedacht over de volgende jaren en de volgende verbeterslagen.” Voor Van Leeuwen laat het zien dat toekomstgericht werken niet betekent dat je alles van tevoren kunt voorspellen. Het betekent vooral dat je bewust keuzes maakt en daar vervolgens consequent aan werkt. En dat hoeft niet altijd in een rechte lijn te gaan. Het gaat met horten en stoten. Het blijft natuurlijk een vrijwilligersvereniging.”

De kunst van het afkijken

Een belangrijk onderdeel van De Toekomstbestendige Club is daarom het delen van kennis. Van Leeuwen krijgt al jaren vragen van sportverenigingen over hoe bepaalde zaken bij VDZ zijn geregeld. Bijvoorbeeld over het speerpuntenplan, de vrijwilligersregeling die in 2005 werd ingevoerd of de komst van een verenigingsmanager in 2019. Recent was hij nog in Zuid-Limburg voor een presentatie aan drie dorpsclubs die bezig zijn met een fusie.

„Als je al die kennis en ervaring bij elkaar hebt, waarom zou je die dan niet delen?” Dat gebeurt op de website van De Toekomstbestendige Club. Daar staan praktische tips, artikelen, praktijkvoorbeelden en hulpmiddelen zoals checklists, formats en documenten. Want juist daaraan blijkt behoefte te zijn. Onderzoek onder clubbestuurders laat volgens Van Leeuwen zien dat zij vooral behoefte hebben aan praktische ondersteuning: voorbeelden, plannen, formats en templates. „Ik dacht: waarom delen we dat niet wat actiever?”

De filosofie daarachter is simpel: je hoeft het wiel niet altijd zelf uit te vinden. Sterker nog: Van Leeuwen past die filosofie zelf ook toe. „VDZ heeft bijvoorbeeld zijn vrijwilligersregeling gekopieerd van een tennisvereniging. En vorig jaar hebben we een aantal hoog spelende voetbalclubs gebeld om te vragen hoe zij hun voetbaltechnisch beleid hebben georganiseerd. Daar kwamen goede ideeën uit.” Kijken wat anderen goed doen, daarvan leren en het vervolgens aanpassen aan je eigen situatie. Volgens Van Leeuwen is dat geen zwakte, maar juist een kracht.

Een gereedschapskist, geen blauwdruk

De naam De Toekomstbestendige Club staat dus niet voor een standaardrecept. „Het is geen blauwdruk en ook geen standaardaanpak. Zie het meer als een gereedschapskist.” In die gereedschapskist komen verschillende dingen samen: gezond verstand, tientallen jaren ervaring binnen sportverenigingen, onderzoek van onder meer NOC*NSF en inzichten uit de managementwetenschap.

Van Leeuwen probeert die verschillende werelden met elkaar te verbinden. Aan de ene kant kent hij het verenigingsleven van binnenuit. Aan de andere kant kijkt hij vanuit zijn werk als managementadviseur naar organisaties, strategie, plannen en uitvoering. „Een vereniging is natuurlijk geen bedrijf. Maar sommige principes zijn wel hetzelfde. Je moet weten wat je wilt bereiken, duidelijke keuzes maken, verantwoordelijkheden verdelen en ervoor zorgen dat mensen samenwerken.”

Het gaat niet alleen om organisatie

Een toekomstbestendige vereniging draait volgens Van Leeuwen echter niet uitsluitend om structuren, schema’s en plannen. „Mensen worden lid van een club omdat het leuk is.” Daarom moeten clubgevoel en cluborganisatie hand in hand gaan. Trots, tevredenheid, saamhorigheid en binding zijn volgens hem minstens zo belangrijk als een duidelijke structuur, taakverdeling, werkafspraken en samenwerking. „Het moet leuk zijn én goed georganiseerd.” 

Dat lijkt een eenvoudige combinatie, maar in de praktijk gaat het volgens hem nog vaak mis als één van beide ontbreekt. Een gezellige club zonder organisatie kan vastlopen. Een strak georganiseerde club zonder sfeer en betrokkenheid wordt evenmin vanzelf een succes. De uitdaging is om beide met elkaar te verbinden.

Van visie naar doen

Een plan maken is één ding. Het uitvoeren is iets anders. „Een toekomstbestendige club word je natuurlijk nooit in je eentje, hoe mooi je toekomstplan ook is.” Daar ligt volgens Van Leeuwen misschien wel de belangrijkste opgave voor bestuurders. Er moeten mensen zijn die ideeën oppakken, verantwoordelijkheid nemen en dingen daadwerkelijk voor elkaar krijgen. „Ik zeg wel eens: als het bestuur niet oplet, hebben we over twee jaar een probleem. Maar als de kantinevrijwilligers niet komen opdagen, hebben we nú een probleem.” Beide zijn nodig. „Je hebt het allebei nodig. Je moet het samen doen.”

Daarom spreekt Van Leeuwen liever over denk- en doenkracht. Een vereniging heeft mensen nodig die nadenken over de koers, maar ook mensen die op zaterdagmorgen de handen uit de mouwen steken. „Ik ben van de visies, plannen en stappen zetten. Anderen kunnen veel beter jeugd trainen of de horeca in het clubhuis regelen. Ieder zijn ding.”

Waar komt die drive vandaan?

Van Leeuwen moet er zelf om lachen als hij vertelt over zijn familie. Zijn vader Piet van Leeuwen sr. was erevoorzitter van Arnhemse Boys en een bekende, ondernemende Arnhemmer. Zijn broer Hans was voorzitter van het Oranjecomité in zijn dorp en reist als trendwatcher in de recreatiesector de wereld rond. „We zijn allemaal op onze eigen manier ondernemend en gezond eigenwijs.” 

In de jaren tachtig kreeg Van Leeuwen bij het eerste elftal van VDZ vanwege zijn neiging om overal een mening over te hebben zelfs de bijnamen ‘Johan’ en ‘John Frederikstad’. „Ik wist alles met cijfers te onderbouwen”, vertelt hij met een glimlach. „En over het runnen van een amateursportvereniging heb ik zo mijn eigen wijsheid, zullen we maar zeggen.” Die combinatie van nieuwsgierigheid, eigenwijsheid en analyseren is inmiddels een belangrijk onderdeel van zijn werk geworden. „Ik vind het gewoon leuk om dingen uit te zoeken, op een rijtje te zetten, oplossingen te bedenken en vervolgens te zien dat het in de praktijk werkt.”

Schrijven als manier van leren

Een andere constante in zijn werk is schrijven. Van Leeuwen schrijft al jaren over uiteenlopende onderwerpen. Op zijn eigen weblog staan inmiddels meer dan 1.300 artikelen en daarnaast schreef hij dertien boeken. „Schrijven is leren. En wie schrijft die blijft, zeg ik altijd maar.” Ook De Toekomstbestendige Club is voor een belangrijk deel het resultaat van die schrijfdrang: kennis verzamelen, ordenen, verbanden leggen en vervolgens toegankelijk maken voor anderen.

Voor de Arnhemse Sportfederatie (ASF) bedacht hij eerder het Arnhems Sportpodium. Twee jaar geleden vond de aftrap plaats in het clubhuis van VDZ, met veel bestuurders van Arnhemse sportverenigingen. Het idee was om als sportfederatie de Arnhemse sportwereld vaker bij elkaar te brengen en kennis uit te wisselen. „Dat zou vaker georganiseerd worden, maar daar is tot op heden niet veel van terechtgekomen.” De Toekomstbestendige Club vult eigenlijk dit soort hiaten op.

Helpen zit blijkbaar in de familie

Het is ook niet zo dat Van Leeuwen alleen kennis deelt als daar een zakelijke opdracht tegenover staat. In zijn werk heeft hij de afgelopen tientallen jaren bedrijven en organisaties geholpen met advies en projecten. Maar daarnaast hielp hij ook familieleden, vrienden, studenten, startende ondernemers en zelfs meerdere families in Gambia. Bedrijfsnamen bedenken, websites bouwen, plannen maken, klankborden: het gebeurde vaak gewoon als vriendendienst. 

„Dat maakt voor mij eigenlijk geen verschil. Ik werk altijd zoals ik werk. Of het nu betaald of gratis is, voor VDZ of voor een andere sportvereniging.” En dus ligt er nu dus via de website De Toekomstbestendige Club een uitnodiging aan sportverenigingen die ergens tegenaan lopen. Ik heb die kennis, ervaring en artikelen. Doe er je voordeel mee.”

Wat maakt een club toekomstbestendig?

Is er dan toch een soort recept? „Een algemeen antwoord is er helaas niet”, zegt Van Leeuwen. „Je hebt wijsheid, doorzettingsvermogen en ook een beetje geluk nodig. Toeval speelt eveneens een rol.” Hij wijst op de geschiedenis van VDZ zelf. In 1964 verhuisde voetbalvereniging Eendracht van Sportpark Cranevelt naar de nieuwe wijk Presikhaaf. Daardoor kreeg VDZ de vaste plek op Cranevelt waar de club nog steeds zit. „Als Eendracht toen niet was verhuisd, had VDZ waarschijnlijk nu op Presikhaaf gespeeld. Zo zie je maar hoe het kan lopen.”

Toch zijn er volgens Van Leeuwen wel degelijk een aantal principes die helpen.

  • Weet waar je heen wilt en wat voor club je wilt zijn.
  • Zorg voor een goed verhaal.
  • Mobiliseer en stimuleer denk- en doenkracht.
  • Zorg voor een duidelijke organisatiestructuur.
  • Houd je verenigingskracht, het middenkader, op peil.
  • Besturen is sturen: ondernemen, leidinggeven én managen.
  • Maak iedereen vrijwilliger en houd het eenvoudig.

En misschien wel de belangrijkste: volharding doet zegevieren. „Waai niet met alle winden mee. Maak het leuk en houd vol.”

Geen eindpunt

De Toekomstbestendige Club is daarmee niet bedoeld als een project met een einddatum. Het is vooral een manier van kijken. Vooruitkijken in plaats van alleen reageren. Leren van andere clubs in plaats van alles zelf bedenken. Mensen verbinden rond een gezamenlijk doel. En vervolgens vooral: doen. Van Leeuwen weet als geen ander dat dat niet vanzelf gaat. Een vereniging bestaat uit vrijwilligers, en vrijwilligers laten zich niet altijd in een planning vangen. „Maar dat maakt het juist interessant.”

Na 57 jaar VDZ-lidmaatschap en ruim veertig jaar ervaring in werk, projecten, management en verenigingsleven is Van Leeuwen nog altijd niet klaar met nadenken over de sportvereniging van morgen. Misschien is dat wel de essentie van zijn boodschap. Een toekomstbestendige club is niet een club die precies weet hoe de toekomst eruitziet. Het is een club die klaar is om zich aan die toekomst aan te passen. En die onderweg niet vergeet waarom mensen ooit lid werden: omdat het leuk is om bij de club te horen.

Dit interview-artikel is geschreven met behulp van AI op basis van input Sjors van Leeuwen en de website van De Toekomstbestendige Club.

De Toekomstbestendige Club is klaar voor de uitdagingen van de 21e eeuw.
Geen enkele sportvereniging heeft alle ideeën, kennis en ervaring in huis.
Toekomstbestendig betekent dat je slim gebruik maakt van de kennis, inzichten en ervaringen van andere (sport)verenigingen.